skip to main content

Er is iets misgegaan, probeer het later nog eens.

Bedankt voor jouw aanmelding.

Meld je aan voor onze update

Blijf moeiteloos op de hoogte van al het reilen en zeilen rond de bruggen en kademuren in Amsterdam. Meld je aan voor onze updates en je mist geen verhaal!

Bange mannen, sterke vrouw 

5 maart 2026

Mannen moeten het hoofd van het gezin zijn. Vrouwen kunnen niet goed met geld omgaan. En als ze een betaalde baan hebben, verwaarlozen ze het huishouden en de kinderen. Tegen al die onzin trok jurist en Kamerlid Corry Tendeloo (1897-1956) onvermoeibaar ten strijde. En: met resultaat. 

“De heren zijn blijkbaar allemaal bang”, zei Corry Tendeloo in 1956 in het vuur van een Kamerdebat. Corry was als Tweede Kamerlid al jaren bezig met een wetswijziging, waardoor vrouwen niet langer ‘handelingsonbekwaam’ zouden zijn. Getrouwde vrouwen hadden tot die tijd juridisch gezien dezelfde status als kinderen en mensen onder curatele. Ze mochten niet zelfstandig een lening, verzekering of hypotheek afsluiten, en al helemaal geen bankrekening hebben of zelf een grote aankoop doen. Dat kunnen vrouwen niet, was de mening van politici, uiteraard allemaal mannen. Corry was het hartgrondig met ze oneens. 

De ‘heren’ die Corry zo boos toesprak zaten in de Kamercommissie voor Justitie. Zij wilden graag in haar wettekst opnemen: ‘De man is het hoofd der echtvereniging’. Maar volgens Corry was het hele idee van haar wetsvoorstel dat mannen en vrouwen gelijk zijn. “Er zal niet meer zijn een heer en een slavin, een baas en een ondergeschikte”, zei ze. 

Zicht over het water op de Corry Tendeloobrug in Nieuw-West
De Corry Tendeloobrug ligt in de Johan Huizingalaan in Nieuw-West. -

In Amsterdam Nieuw-West ligt brug 713, die in 2016 de Corry Tendeloo-brug werd gedoopt. Het is een modern ogende brug, gebouwd in 1959, die in de Johan Huizingalaan ligt vlak bij de Aletta Jacobslaan. De betonnen brug dateert van 1959 en is ontworpen door Dick Slebos. 

Strijd voor vrouwenrechten

Haar inzichten over gelijkwaardigheid tussen man en vrouw deed Corry waarschijnlijk op jonge leeftijd al op. Haar vader overleed toen ze 5 jaar was, haar moeder verhuisde met haar 3 kinderen vanuit Nederlands-Indië naar Nederland, hoewel ze daar nog nooit was geweest. Het was wennen, de overgang van Indonesië naar een klein huis in Leiden. Haar moeder miste het luxe leventje, het weduwenpensioen was niet waardevast en het was maar moeilijk rondkomen. Waarschijnlijk voelde Corry daardoor het belang om als vrouw in je eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. “Het kan niet genoeg gezegd worden dat geen enkel soort onderricht, geen enkele opleiding voor het meisje weggegooid geld zou zijn”, zei ze later in een interview in de Groene Amsterdammer. 

Corry mocht na wat geharrewar met haar wettelijke voogd, haar oom, toch naar het gymnasium. Daarna haalde ze haar MO-akte Engels, ze stond kort voor de klas en ging toen naar de universiteit om rechten te studeren. In 1927, op haar dertigste, opende ze haar eigen advocatenpraktijk in Amsterdam, gespecialiseerd in echtscheidingen. De kwetsbare positie van vrouwen in de samenleving zag ze daar iedere dag aan haar bureau. Een getrouwde vrouw had geen ‘eigen goed of wil’, zelfs over haar eigen kinderen had ze maar weinig te zeggen. Daarom ging Corry zich politiek inzetten voor de vrouwenrechten. Ze wond zich vooral op over de kwetsbare positie van vrouwen. In 1932 werd bijvoorbeeld een wet aangenomen dat onderwijzeressen zomaar mochten worden ontslagen. In 1937 stelde een katholieke minister zelfs voor om alle vrouwen met een baan maar te ontslaan. Uit protest liet Corry, met een groep feministen, een spandoek ophangen in de Kalverstraat: ‘Waardeert vrouwenarbeid’. 

Motie-Tendeloo 

In 1938 kwam Corry in de Amsterdamse gemeenteraad voor de Vrijzinnige Democratische Bond (VDB), de partij die na de oorlog opging in de PvdA. Samen met haar politieke collega Hilda Verwey-Jonker zorgde ze ervoor dat bij de oprichting van die PvdA ook een paragraaf over vrouwen werd opgenomen in de beginselverklaring van de nieuwe partij: dat waren de heren even vergeten. In 1946 werd Corry lid van de Tweede Kamer, waar ze ervoor zorgde dat vrouwen in Suriname ook mochten stemmen, door simpelweg het woordje ‘mannelijk’ te laten schrappen uit de Surinaamse wet over het kiesrecht. 

Corry is vooral beroemd geworden door haar motie-Tendeloo, die in 1955 werd aangenomen. In die motie werd expliciet het arbeidsverbod voor getrouwde vrouwen opgeheven. Tot die tijd kregen vrouwelijke onderwijzers en ambtenaren een zogenaamd ‘eervol ontslag’ als ze gingen trouwen. De motie was kort, maar krachtig: 

‘De Kamer, gehoord de besprekingen over het KB van 13 september 1955, van oordeel, dat het hier niet op de weg van de Staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden, nodigt de Regering uit de hiermee strijdende voorschriften te herzien.’ 

44 stemden tegen. Maar 46 stemden voor. Een piepkleine meerderheid, maar de motie werd aangenomen. 

Vlammend betoog

Haar belangrijkste overwinning was de afschaffing van de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen, samen met de minister van Justitie Julius van Oven, een VDB-partijgenoot. In april 1956 hield Corry een vlammend betoog in de kamer over dit onderwerp. De wet werd op 2 mei aangenomen.  
Een dag daarna ging ze het ziekenhuis in. Ze was ernstig ziek, ze had borstkanker en had een operatie uitgesteld om het Kamerdebat te kunnen voeren. Het werd haar laatste debat. In oktober 1956 overleed ze. 

Bronnen: 

  • Corry Tendeloo, bevrijdster van de huisvrouw – Opzij, 2022 
  • Een stille revolutie? Cultuur en mentaliteit in de lange jaren vijftig – Paul Luykx en Pim Slot (red.) 
  • Portret Corry: Nationaal Archief

Deel jouw mening