skip to main content

Er is iets misgegaan, probeer het later nog eens.

Bedankt voor jouw aanmelding.

Meld je aan voor onze update

Blijf moeiteloos op de hoogte van al het reilen en zeilen rond de bruggen en kademuren in Amsterdam. Meld je aan voor onze updates en je mist geen verhaal!

Het platteland in de stad

2 juli 2026

Amsterdam is niet alleen steen en stad, maar ook groene weiden, brede sloten en karakteristieke ophaalbruggetjes. Dit jaar en volgend jaar vervangen we 8 van deze bruggetjes in Landelijk Noord. Bewoner en amateurhistoricus Henk Hagedoorn vertelt wat er zo bijzonder is aan dit gebied en de bruggetjes die er ‘pas’ een eeuw staan, maar er inmiddels wel onlosmakelijk onderdeel van uitmaken. “Vroeger was een brug hier een hindernis, geen hulpmiddel”.

Henk Hagedoorn mag dan geen geboren en getogen Zunderdorper zijn, hij weet wel veel te vertellen over de geschiedenis van deze streek met de dorpen Durgerdam, Holysloot, Ransdorp en Zunderdorp. “Ik heb altijd in de automatisering gewerkt, maar van jongs af aan heb ik ook altijd heel veel interesse gehad in geschiedenis.”, vertelt Henk. Hij is hier in de jaren ’90 bijna bij toeval met zijn jonge gezin komen wonen. “We woonden in de Dapperbuurt en zagen hier toevallig iets te koop staan. In het begin dachten we nog, dit is niks, je komt hier terecht in een bejaardentehuis. Maar het zijn best stadse dorpen. De mentaliteit is opener, vlotter en directer dan je je bij een typisch dorp voorstelt.”

Waternoodsramp in 1916

Wel typisch dorps is de saamhorigheid en het levendige verenigingsleven hier. Er is een toneelclub, een schaatsclub, gymclubs, de voetbalclub HBOK (Het Begon Op Klompen), een actieve kerkgemeenschap en niet te vergeten de Oranjevereniging. “Al sinds eind 19e eeuw heb je hier elk jaar de Oranjefeesten”, legt Henk uit. “Dat moet zijn begonnen bij de viering van de kroning van koningin Wilhelmina. Het is dan vier dagen echt feest, een beetje zoals de kermis in andere streken. Het is van oudsher dé manier om aan verkering te komen.”

Zicht op Zunderdorp dat onder water staat tijdens de Watersnoodramp van 1916.
In februari 1916 brak de zee door de dijken en kwamen Zunderdorp en de omliggende dorpen onder water te staan. - Foto: Stadsarchief Amsterdam

Via dat verenigingsleven kwam Henk al snel terecht bij een groepje enthousiastelingen dat onderzoek doet naar de plaatselijke geschiedenis. Ze hebben inmiddels ook een paar boeken uitgegeven. Eén over de oorlogsjaren en één over de watersnoodramp die de dorpen hier in 1916 trof. Op 13 en 14 januari van dat jaar brak een hevige noordwesterstorm de dijken bij Katwoude, Uitdam en Durgerdam. Tussen Zaandam, Purmerend en Edam tot aan het IJ bij Amsterdam-Noord had het water vrij spel, het hele gebied is onder water gelopen. “Een groot deel van het vee, huisdieren en goederen is daarbij in de golven verloren gegaan”, vertelt Henk. “Het heeft een paar maanden geduurd voor het land weer droog stond. En let wel, het was zout water van de Zuiderzee, dus het was ook niet zeker hoe vruchtbaar de grond nog was. Gelukkig had het de dagen daarvoor onophoudelijk geregend, waardoor het zoute water minder schade kon veroorzaken.”

Desondanks was de totale schade voor de boeren enorm. “Na die ramp waren de dorpen volledig failliet, ze konden niks meer betalen”, vertelt Henk. “Daarom hebben ze zich 5 jaar later in 1921 vrijwillig aangesloten bij de gemeente Amsterdam. De vele ophaalbruggetjes zijn hier in het landschap ook pas na die aansluiting gebouwd. Dat hadden de dorpen toen zelf nooit kunnen betalen.”

Alles over water

Bruggen waren toen eigenlijk nog niet zo belangrijk voor de boeren hier. “Ze waren van oudsher eerder een hindernis dan een hulpmiddel”, vertelt Henk. “Want alles ging over het water, al vanaf de Middeleeuwen. De wegen waren veel smaller, het waren eerder paden. Aan weerskanten van zo’n pad lagen brede sloten en vaarten. Daarover werd van alles vervoerd met de trekschuit. Bijvoorbeeld de verse melk van de boeren. Die ging elke ochtend via de sluis bij Nieuwendam over het IJ naar de markt in Amsterdam, waar nu de Sint Nicolaaskerk staat. Maar ook koeien werden over het water van en naar de veemarkt in Purmerend vervoerd. Hetzelfde gold voor kaas die van de boeren naar Edam ging en vervolgens naar landen in heel Europa werd geëxporteerd.”

Prent van een melkschuit met zeil op het IJ, gemaakt in 1839
Prent van een melkschuit op het IJ, uit 1839 - Beeld: Stadsarchief Amsterdam

De bruggen die er waren in die tijd, waren vaak niet meer dan een paar houten planken die je gemakkelijk weg kon halen. Voor hun eigen erft hadden de boeren ook allemaal een eigen draai, vertelt Henk. “Dat was een plank aan een paal die je over de vaart voor het huis kon draaien. In de Tweede Wereldoorlog heeft dat waarschijnlijk nog heel wat levens gered. Veel boeren hadden onderduikers. Als de Duitsers kwamen inspecteren, kon de boer ervoor zorgen dat ie er zo lang mogelijk over deed om de plank over de sloot te draaien. De onderduikers konden dan een veilige plek opzoeken.”

Charmant dorpsgezicht

Met de aansluiting bij Amsterdam en de opkomst van het wegverkeer werden de planken constructies vervangen door de ophaalbruggen met de houten hameipoorten. Die zijn nu zo kenmerkend voor het landschap dat het lijkt alsof ze er al eeuwen zo bijstaan. Dat is dus niet het geval, maar ze staan er inmiddels wel al zo’n 100 jaar, en ze zijn natuurlijk heel charmant, vind ook Henk. “Daarom is het denk ik wel terecht dat ze behouden worden als onderdeel van het beschermd dorpsgezicht hier.”

Deel jouw mening