Het recht op leven
De strijd van Niek Engelschman
Amsterdam staat eind juli en begin augustus in het teken van World Pride. Tijdens die weken eren we ook de vroege voorvechters van de homo-emancipatiebeweging. Een van hen is Niek Engelschman aka Bob Angelo: acteur, verzetsstrijder, oprichter van het COC, en naamgever van de Niek Engelschmanbrug, pal naast het Homomonument.
Weinig mensen zijn zo belangrijk geweest voor de emancipatie van homoseksuelen in Nederland als Niek Engelschman (geschilderd portret door Herman Morssink voor Roze in Verzet). Hij maakte het eerste Nederlandse blad voor de emancipatie van homo’s, was oprichter en 16 jaar lang voorzitter van het COC, schreef hiervoor onder de naam Bob Angelo talloze bijdragen over homoseksualiteit, en lobbyde in binnen- en buitenland onophoudelijk voor de emancipatie van homoseksuelen. Niek is naamgever van de Bob Angelopenning en brug 106 over de Keizersgracht, en heeft nu ook zijn eigen ster op de Walk of Pride.
Bescheiden begin
Zo belangrijk als Niek is geweest voor de homobeweging, zo bescheiden was hij in het dagelijks leven. “Ik kende hem niet en het duurde een tijd voordat ik in de gaten kreeg hoe belangrijk hij was in de lhbti+ wereld”1, vertelde zijn laatste vriend Jan Onrust over hun eerste ontmoeting in 1972. Die bescheidenheid kwam wellicht voort uit zijn vroege jaren. Hij werd in 1913 geboren als oudste van de 5 zonen van Nathan Engelschmann en Hendrika van der Star. Nathan was een Joodse handelsreiziger, Hendrika kwam uit een luthersgezind middenstandsmilieu. Door de crisisjaren was vader Nathan vaak werkeloos en kende het gezin veel armoede. Hierdoor kon Niek ook niet naar de middelbare school, maar begon hij al op 13-jarige leeftijd als kantoorbediende bij een importbedrijf. Hij werkte hier tot 1942. Ondertussen haalde hij zijn leerachterstand in aan de Avond Handelsschool.
Politiek actief
Door de armoede in zijn jeugd raakte Niek maatschappelijk en politiek betrokken, en werd via zijn werd lid van de vakbond voor kantoorpersoneel Mercurius. Hij verdiepte zich in het werk van Karl Marx en Lev Trotski en sloot zich in 1927 aan bij de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Later, in 1935, stapte hij over naar de Leninistische Jeugd Garde ( LJG), de jongerenafdeling van Henk Sneevliets Radicaal Socialistische Arbeiderspartij (RSAP). Hij werd secretaris van het landelijk bestuur en ook redacteur van een aantal bladen: Arbeidersjeugd, De Jonge Leninist en De Rood Gardist. Hij werkte mee aan acties en demonstraties tegen jeugdwerkloosheid en het beleid van de conservatieve regeringen Colijn. In 1936 schreef Niek het boekje Aanslag op de 160.000 – wat sloeg op het aantal jeugdwerklozen. Ook schreef hij in dat jaar de eenakter Fascistische Terreur, over de fascistische regimes en hun wandaden in Europa. Het stuk werd uitgevoerd door de toneelclub van de LJG. Het toneelspelen wakkerde bij Niek zijn eerste acteursambities aan.
Bob Angelo
Binnen de jeugdbeweging was Niek weleens verliefd geworden op een andere jongen, maar pas na zijn 24e werd het hem helemaal duidelijk dat hij homoseksueel was. Hij begon zich in het onderwerp te verdiepen en besloot zich in te gaan zetten voor de emancipatie van homoseksuelen. Zijn andere politieke activiteiten stopte hij. Van Henk Sneevliet, die zelf twee homoseksuele zonen had, kreeg hij toestemming om de LJG te verlaten. Als officiële reden werd aangevoerd dat hij ziek was.
Nieks eerste wapenfeit in zijn strijd voor de homo-emancipatie was Levensrecht, een tijdschrift voor homoseksuelen dat hij in 1939 samen met Jaap van Leeuwen en Hann Diekmann begon, geïnspireerd door het Zwitserse tijdschrift Menschenrecht. Om niet in de problemen te komen schreef hij onder de schuilnaam Bob Angelo. Bij het uitbreken van de oorlog werd homoseksualiteit door de Duitse bezetter strafbaar gesteld, en staakte hij publicatie van het blad.
Verzet
Tijdens de oorlog ging Niek samen met zijn broer Hennie in het verzet. Vanaf januari 1941 maakten zij bij hun ouders thuis het illegale blad De Vonk. In 1943 verhuisde de redactie naar de Keizersgracht. Tijdens de oorlog zat Niek op verschillende adressen om arrestatie te voorkomen, zowel thuis bij zijn moeder als bij vrienden. Behalve de productie en distributie van bladen hielpen Niek en zijn broer ook joodse vrienden en kennissen onderduikadressen te vinden.
Niek zette tijdens de oorlog ook zijn acteurscarrière voort, zo goed en zo kwaad als dat ging. Hij werd vanwege zijn Joodse vader niet formeel aangenomen op de Toneelschool, maar mocht wel enige tijd meelopen. Daarna volgde hij ook acteerlessen bij Louis van Gasteren en Louis Saalborn. Tijdens de laatste 2 oorlogsjaren hield hij thuis illegale toneeluitvoeringen, waarmee hij voorzag in zijn levensonderhoud.
COC
Na de oorlog zette Niek de emancipatiestrijd voor homoseksuelen weer voort. Hij maakte een doorstart met Levensrecht en richtte samen met een groep lezers van het blad de Shakespeareclub op, de eerste Nederlandse vereniging van en voor homo’s. Maar hoewel homoseksuele activiteiten boven de 21 jaar volgens de wet niet verboden waren, was er wel sprake van stevige repressie van de kant van de autoriteiten. Agenten van de zedenpolitie bezochten de bijeenkomsten in burger, met de speciale opdracht uit te kijken naar minderjarigen. Uiteindelijk vonden ze een zwakke plek in de contactadvertenties in Levensrecht. Annonces voor een oprechte vriend om mee te wandelen werden door de Commissie van Advies voor de Pornobestrijding aangemerkt als zinnenprikkelend en aanstootgevend. Daarop besloot Niek in 1948 om de uitgave van het blad te staken, hopende dat daarmee het gevaar voor de Shakespeare Club zou wijken. Ook introduceerde hij samen met Jaap van Leeuwen het woord ‘homofilie’, om meer de nadruk te leggen op de liefde dan de seksualiteit, en zo de acceptatie te bevorderen.
Maar toen in dezelfde tijd een schandaalverhaal over de Shakespeare Club verscheen in het Amsterdamse weekblad De Ochtendpost zorgde dat voor veel onrust onder de leden. Wetenschappers en voordrachtskunstenaar werden huiverig om een bijdrage te leveren op de bijeenkomsten. Om het tij te keren, werd in het voorjaar van 1949 de Shakespeare Club omgedoopt tot Cultuur en Ontspanningscentrum, het COC. De bijdragen in Levensrecht vonden nu weer hun publiek onder de neutrale naam Maandbericht. De vereniging telde op dat moment ongeveer 1000 leden en was daarmee de grootste homo-organisatie ter wereld.
Internationale lobby
Niek en zijn COC-genoten gingen dus voorzichtig te werk in hun strijd voor emancipatie. Maar vanuit hun benarde positie ondernamen de pioniers wel degelijk allerlei activiteiten om de buitenwereld tot een ander inzicht te bewegen, blijkt uit onderzoek van Elise van Alphen in haar proefschrift over de homoseksuele beweging tussen 1945 en 1980: “Juist in de jaren vijftig heeft het COC een ontzettend belangrijke rol gespeeld in de internationale homobeweging”, zegt zij in een interview2. De vereniging was de drijvende kracht achter een internationaal netwerk dat streed voor gelijke rechten. Er was een echte lobby opgezet, met uitnodigingen aan politieke leiders en bestuurders, bijvoorbeeld om congressen over homoseksualiteit bij te wonen.”
In die lobby baseerde het COC zich consequent op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties waren opgesteld. Homoseksuelen moesten in het openbaar volwaardige, gelijkwaardige en gerespecteerde burgers kunnen zijn. Bij elke nieuwjaarstoespraak die hij hield sprak Niek over de gelijkwaardigheid en stelde discriminatie op basis van seksuele geaardheid op één lijn met discriminatie op basis van afkomst, geslacht of ras. Hij pleitte voor gelijkstelling voor de wet op allerlei gebieden voor homoseksuelen, het schrappen van discriminatoire wetsbepalingen, het slechten van vooroordelen.
Het COC
Het COC is de oudste nog bestaande vereniging voor de emancipatie van homoseksuelen ter wereld. De naam staat voor Cultuur- en Ontspanningscentrum. In 1964 werd de naam veranderd in Nederlandse Vereniging voor Homofielen COC, en in 1971 kreeg het zijn huidige officiële naam: Nederlandse Vereniging voor Integratie van Homoseksualiteit COC (N.V.I.H.- COC). Meer informatie over het COC in Amsterdam vind je hier: Voor een diverse en inclusieve samenleving
Toneel, televisie en film
Naast zijn werk voor het COC pakte Niek na de oorlog ook zijn acteurs- en regisseurscarrière weer op. Hij ging werken bij de Tooneelgroep 5 Mei 1945, die bestond uit acteurs die zich uit principe niet hadden aangesloten bij de Kultuurkamer. Ook speelde hij rollen bij het Zuid-Nederlandsch Tooneel. In de jaren ’50 en ’60 regisseerde hij veel toneelstukken voor het COC en de NVSH, en speelde hij tal van rollen op het toneel en later ook voor televisie. Hij maakte deel uit van het toneelgezelschap “Studio” dat onder leiding van Kees van Iersel moderne stukken op het podium bracht. Hij speelde in de jeugdseries Vrouwtje Bezemsteel en Floris, en had rollen in Geen Paniek (1973), Keetje Tippel (1975) en de televisiefilm De Vlieg, die in 1978 een Emmy Award won.
Onderscheiding en eerbetoon
In 1986 ontving Niek nog een onderscheiding van minister Brinkman ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van het COC. 2 jaar later overleed hij op 74-jarige leeftijd, in zijn eigen Amsterdam. Na zijn dood stelde het COC in 1991 de Bob Angelo-penning in, vernoemd naar het pseudoniem van Engelschman. Deze penning wordt sindsdien elk jaar verleend aan mensen of organisaties die hebben bijgedragen aan de homo-emancipatie. In datzelfde jaar werd in de Emancipatiebuurt in de Nijmeegse wijk Goffert een laan naar hem vernoemd, in Leiden een straat, in Den Haag een park en een straat en in Amsterdam kreeg brug 106, die pal naast het Homomonument ligt, de naam Niek Engelschmanbrug
De brug
Brug 106 ligt over de Keizersgracht en verbindt de Raadhuisstraat met de Westermarkt. Pas aan het eind van de 19e eeuw kwam hier een brug bij de aanleg van de route via de Raadhuisstraat en de Rozengracht naar Amsterdam-West. In 1922 / 1923 werd die brug vervangen door een vaste plaatbrug met een staalbetonnen brugdek en twee doorvaartent. De brug is van de hand van Piet Kramer. Hij is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School, met de typerende afwisseling tussen baksteen en natuursteen, balustrades van siersmeedwerk en beelden van Hildo Krop op de brugpijlers. De brug wordt dit jaar (2026) gerenoveerd als onderdeel van de Oranje Loper.
Meer verhalen
De Niek Engelschmanbrug zit ook in onze audio-wandeling langs 11 bruggen in het westelijk deel van het centrum: Bruggenwandeling centrum west.
Lees ook ons artikel over verzetsvrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waaronder Jacoba van Tongeren en Frieda Belinfante: Bakens van verzet.
Bronnen
Portret van Niek Engelschmann bovenaan dit artikel is van Herman Morssink voor Roze in Verzet
2 Parool, 22 november 2016
Wikipedia: Nico Engelschman – Wikipedia
-
Bakens van verzetHistorie
1
-
Kramer en KropHistorie
Deel jouw mening