Bezweken bruggen
1
De veiligheid van onze bruggen is serieus werk. We houden ze in de gaten met geavanceerde metingen en monitoring, en kunnen steeds beter voorspellen wanneer welke bruggen toe zijn aan vervanging of renovatie. Dat is een luxe die ze vroeger niet hadden. Zo zijn er in de Amsterdamse geschiedenis in ieder geval 4 bruggen bekend die daadwerkelijk zijn ingestort. De eerste in 1659, de laatste in 1894.
1659: Leliesluis
De eerste was ook direct de meest rampzalige: het bezwijken van de Leliesluis in 1659. De stenen brug over de Prinsengracht had 3 bogen. 7 of 8 mensen kwamen hierbij om het leven. Het exacte getal weten we niet, ook niet wie de slachtoffers waren. Het vroegste verhaal hierover vinden we namelijk pas ruim 30 jaar later, in Commelins Beschrijvinge van Amsterdam uit 1691, onder de rubriek historisch rampennieuws.
Of de brug was bezweken onder de drukte van het verkeer weten we ook niet. In ieder geval was het wel een drukke en belangrijke verkeersader in de stad. Voor de schepen op het water die van en naar het IJ voeren. En voor de karren, koetsen en voetgangers op de kades die via de bruggen in verbinding stonden met de deftige Heren- en Keizersgracht en de dichtbevolkte en bedrijvige Jordaan. Geen wonder dus dat er na het instorten direct werk werd gemaakt van het herstel van de brug.
Het drama maakte diepe indruk op de stad. Voor de vroedschap van Amsterdam, het toenmalige stadsbestuur, was het aanleiding om nog eens goed te kijken naar de betrouwbaarheid van andere bouwwerken in de stad. Dat leidde onder meer tot de ontruiming van het toenmalige beursgebouw, de Beurs van Hendrick de Keyser. De beurs was op drie bogen over het Rokin gebouwd en vertoonde na een halve eeuw sporen van verzakking. Na een grondig onderzoek werd de beurs versterkt. Pas een half jaar later, in januari 1660, konden de handelaren weer terugkeren naar hun vertrouwde werkplek.
1752 en 1766: Koningssluis en Papiermolensluis
Het duurde bijna een eeuw tot de volgende instorting van een brug. In 1752 bezweek de Koningssluis, over de Herengracht tussen het Koningsplein en de Leidsestraat. De brug zakte met zoveel geweld in elkaar dat de zware ijzeren leuningen afbraken ‘als glas’. Er kwamen vijf mensen om het leven, allemaal vrouwen of meisjes. De brug was destijds een stenen welfbrug. In 1921 werd de brug vervangen door een stalen plaatbrug in de stijl van de Amsterdamse school. Bruggenarchitect Piet Kramer tekende voor het ontwerp, het beeldhouwwerk was van Hildo Krop. De brug staat op de nominatie om te worden hersteld in 2031.
Bijna 14 jaar later, op 30 januari 1766, ging het mis met de Papiermolensluis over de Brouwersgracht tussen de Korte Prinsengracht en de Prinsengracht. Twee mensen raakten te water, maar konden er gelukkig weer levend worden uitgehaald. We weten niet of de brug van hout of steen was, maar hij lag in ieder geval wel op een van de drukste punten in de stad, waar veel handel vanuit de westelijke eilanden het centrum in kwam. In 1781 kwam hier een stenen welfbrug, en die hield het een stuk langer vol. Pas in 1976, bijna 200 jaar later, werd die brug versterkt, in 1991 gevolgd door een ingrijpender betonnen versterking van de welf.
1894: Brug 46
De laatste keer dat er in Amsterdam een brug instortte, is alweer ruim 130 jaar geleden, in 1894. Het gebeurde met brug 46, over de Keizersgracht. Het is ook de bekendste instorting. Dat komt vooral doordat de fotografie inmiddels was uitgevonden en er verschillende beroemde foto’s van zijn gemaakt door onder meer Jacob Olie. De brug heette toen nog Quellijnsluis en was vernoemd naar de beroemde kunstenaar Artus Quelinus, de man achter het fantastische beeldhouwwerk in het Stadhuis, nu het Paleis op de Dam. Quellinus woonde en werkte hier aan de gracht. Tegenover hem aan het Molenpad hadden Pieter en François Hemony hun werkplaats, de wereldberoemde klokkengieters die hier hun klokken goten voor tal van kerken en carillons door heel Europa. In Amsterdam goten zij onder meer de klokken van de Oude Kerk, de Westerkerk en de Zuiderkerk. Brug 44, die hier aan de westkant over de Leidsegracht ligt, was lang officieus naar deze beroemde broers vernoemd. In 2016 heeft de naamgevingscommissie van de gemeente besloten dat de officieuze namen Quellijnbrug en Hemonybrug niet officieel gemaakt werden, omdat ze niet voldeden aan de voorwaarden. Dit komt omdat beide namen voor verwarring zouden zorgen met de Quellijnstraat en de Hemonylaan en Hemonystraat die in een heel ander deel van Amsterdam liggen, namelijk in de Pijp.
Enorme ravage
Gelukkig waren er ook bij deze instorting geen slachtoffers te betreuren. De brug was al langer verdacht omdat er beweging was te zien in de bestrating en de natuurstenen rand. In de voorafgaande dagen had Publieke Werken op de brug aangegeven dat er ter plaatse niet meer op de leuning gesteund mocht worden. Snel daarna werd het verboden met paard en wagen over de brug te rijden en op zaterdag 10 november werd de brug afgesloten voor al het verkeer. Voor de brug zelf mocht het helaas niet meer baten. Een dag later, op zondagavond 11 november tegen 10 uur zakte de westelijke pijler onder de brug uit en kwam een deel van het wegdek erachteraan. De ravage was enorm, maar tot ieders verbazing en opluchting bleef de gasleiding wel heel.
Op zoek naar de oorzaak van de instorting bekeek Publieke Werken 2 mogelijkheden. De eerste mogelijkheid was dat de funderingspalen ernstig waren aangetast door houtrot. Dat kon tot de bouw van de Oranjesluizen in 1872 nog zijn gebeurd. Tot die tijd waren de grachten nog blootgesteld aan de invloed van eb en vloed. Vooral in droge zomers hadden de paalkoppen hierdoor droog kunnen staan. De tweede mogelijke oorzaak was de grote golfslag van de nieuwe stoomboten in de gracht. Die zou de grond onder de palen wegspoelen.
Van boogbrug naar plaatbrug naar boogbrug
Hoe het ook zij, de instorting zorgde voor de nodige onrust en minder vertrouwen in de veiligheid van de oude bruggen. Daarom besloot de gemeente om de brug te vervangen door een ijzeren plaatbrug met een plat dek en een nieuwe fundering. Met brug 46 werden tegelijkertijd ook de omliggende bruggen 44 (nu omgedoopt tot de Abel Weetnietbrug) en 45 (de Steenhouwerijbrug) vervangen door plaatbruggen. Als ze de gracht hier toch moesten leegpompen om een bouwkuip te maken was dat wel zo makkelijk.
In 1978 werden bruggen 44, 45 en 46 opnieuw aangepakt. Maar deze keer werden ze weer teruggebouwd als boogbruggen. Dat traditionele ontwerp paste veel beter in de monumentale omgeving van de grachtengordel, was het nieuwe sentiment. Voor de veiligheid werden ze wel uitgevoerd met een betonnen fundering en een betonnen binnenwerk van de overspanning. Alle 3 de bruggen zijn bij de grootschalige onderzoeken van de afgelopen jaren veilig en in orde bevonden. De komende decennia hoeven we daar in ieder geval niet in te grijpen.
Veiligheid voorop
Bij het beheer van bruggen en kademuren staat veiligheid voorop. Je wilt te allen tijde voorkomen dat een brug of kademuur instort. Toen we zo’n 6 jaar geleden begonnen met de grootschalige aanpak van de bruggen en kademuren, wisten we nog maar heel weinig over de werkelijke sterkte en draagkracht – en dus de veiligheid - van de bruggen en kademuren. Daardoor hebben we verschillende keren maatregelen moeten nemen die we met de kennis van nu niet zouden hoeven nemen. Want hoe minder je weet, hoe eerder je moet ingrijpen. Zo zouden we de bruggen in de Vijzelstraat met de kennis van nu niet hebben vervangen bij de herinrichting in 2020. Hoe meer kennis we hebben, hoe meer grip we krijgen op het beheer. Zodat we tijdig ingrijpen, maar alleen daar waar het nodig is.
Ondertussen houden we de veiligheid van de bruggen en kademuren nauwlettend in de gaten. Dat doen we met inspecties, monitoring en sensoring, en met 2 geavanceerde methoden waarmee we de sterkte en draagkracht van de constructies beoordelen: de ARK en de ARB. Dat staat respectievelijk voor Amsterdamse Risicobeoordeling Kademuren en Amsterdamse Risicobeoordeling Bruggen.
-
Betrouwbare bruggenTechniek
-
Kastje op de muurTechniek
-
Held van de grachtenHistorie
4
Deel jouw mening
Wanneer varen er nu eindelijk weer eens grote vrachtschepen door de Kostverlorenvaart. Ze worden door vele buren gemist. Nu zijn het alleen maar kleine pleziervaartuigen. Zo jammer!!! Met vriendelijke groet, Loes Bewoonster Jacob Catskade
0 reacties